Output, outcome en de beleidstheorie

    Hadewych
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    • 12
    Door Hadewych 118 dagen geleden

    Er is een ontwikkeling gaande waarin publieke organisaties zich steeds beter verantwoorden over wat ze bereiken. Jaren geleden was het heel normaal om in een jaarverslag alleen aandacht te besteden aan de input die een organisatie had ‘verwerkt’ en het was al heel wat als aangegeven werd hoe dat dan was gebeurd (throughput). Er werd gerapporteerd over de ‘realisatie’ van budgetten en bestedingen, over aantallen fte’s en over de verhouding tussen primair en ondersteunend werk.

    Gelukkig leerden overheidsorganisaties om hun prestaties, hun output, te vermelden. Dat gebeurde dan wel in termen van aantallen inspecties, of afgehandelde telefoontjes, of uitgeschreven boetes, alles wat kwantificeerbaar was. Kwantificeren is immers de veiligste vorm van meten, iedereen kan keurig nagaan of je cijfers kloppen en je kan mooie grafieken maken waarin te zien is dat je elk jaar meer doet. Nadeel van zulke meetbare prestatiegegevens is wel dat er sterke prikkels vanuit gaan om de organisatie daarop te richten, alsof veel boetes uitschrijven een doel op zich is.

    Aarzelend wordt er geprobeerd om aan te geven welke maatschappelijke effecten, welke outcome, er worden nagestreefd. Dat waar het eigenlijk om gaat. Maar dat roept dan weer het verwijt op dat het allemaal niet concreet is, of dat onduidelijk is of bepaalde effecten ook werkelijk de outcome zijn van datgene wat een organisatie doet. Goeie effectmetingen zijn duur en het aantonen van oorzaak-gevolgrelaties is in het publieke domein vaak bijna onmogelijk.

    Toch moeten publieke organisaties zich verantwoorden en bij goeie verantwoording draait het uiteindelijk om de vraag of de samenleving er voldoende beter van geworden is, van het werk dat een overheidsorganisatie heeft gedaan. Daarom moet er wel degelijk iets gezegd worden over de doeltreffendheid (zijn maatschappelijke effecten bereikt?) en de doelmatigheid (zijn maatschappelijke effecten bereikt op de slimste, minst belastende manier?) van de activiteiten (throughput) van een organisatie.

    Maar het is niet genoeg, omdat prestaties/output niet erg veelzeggend zijn en effecten/outcome niet concreet genoeg kunnen worden toegeschreven aan een bepaalde organisatie.

    Wat er nog aan kan worden toegevoegd is een beleidstheorie. Dat is een verhaal over de manier waarop de prestaties van een organisatie tot maatschappelijke effecten zullen leiden, of hebben geleid. Waarom zal het opleggen van boetes aan bepaalde bedrijven uiteindelijk tot meer veiligheid leiden? Hoe gaat het afleggen van inspectiebezoeken tot leren en risicobeheersing in een ziekenhuis leiden? Wat is de relatie kortom, tussen onze prestaties en ‘hun’ effecten?

    De beleidstheorie duidelijk maken, dat is eigenlijk niks anders dan vertellen welke aannames en kennis er ten grondslag liggen aan een werkprogramma. Vaak zijn die aannames en kennis zo impliciet dat niemand echt dóór heeft dat er überhaupt een ‘theorie’ ìs. Door expliciet te maken wat in een organisatie wordt geloofd en wat men weet, kan de verantwoording worden verrijkt. Een gesprek daarover kan dan over relevante vragen gaan: klopt de beleidstheorie, en leidt het werk van de organisatie werkelijk tot de beoogde maatschappelijke effecten?

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers