Navigatiemenu

Toekomstverkenning

Laatst bijgewerkt op 761 dagen geleden door Hadewych

De WRR geeft in zijn Memo aan de programmacommissies; Thema’s voor de volgende kabinetsperiode een overzicht van strategische beleidsopgaven voor de komende jaren. Steeds wordt in een korte alinea een thema benoemd, puntsgewijs worden de ontwikkelingen (zoals zijn gebleken na wetenschappelijk onderzoek) rond dat thema geduid, waarna de opgave voor de regering wordt aangegeven.

In grote lijnen vraagt de WRR om:

  • Bezinning op het economisch beleid en het Nederlandse verdienmodel omdat de bredere doelen van economisch beleid: stabiliteit, welzijn en duurzaamheid, uit het zicht dreigen te raken. Ook wordt aangegeven dat “er aanwijzingen [zijn] dat een sterke inkomensongelijkheid gepaard gaat met negatieve effecten op een groot aantal gebieden. Deze variëren van gezondheid en sociale mobiliteit tot politieke participatie en vertrouwen. Ook zijn er aanwijzingen dat grote inkomensongelijkheid een rem kan betekenen op economische groei.”
  • Meer inzet op innovatie, waarvoor niet alleen het ontwikkelen van kennis maar vooral ook de circulatie van kenns belangrijk is.
  • Verschuiving van landbouw- naar voedselbeleid in verband met vraagstukken rond ecologische houdbaarheid, volksgezondheid en robuustheid.
  • Zorg dragen voor sociale samenhang, onder meer door middel van verstandig onderwijsbeleid.
  • Betere benutting van de mogelijkheden tot institutionele variatie in Europa.
  • De publieke sector meer waardegedreven laten functioneren, met gelijke aandacht voor de vier onderscheiden overheidsfuncties: ordenen, presteren, sturen en arbitreren.
  • Er bij het beleid beter rekening wordt gehouden met sociaal-psychologische inzichten over het gedrag van burgers.
  • De regulering van de fase van analyse van gegevens en het gebruik daarvan versterkt moet worden in deze tijd van Big Data.

De WRR merkt op dat “publieke doelen die lastig meetbaar en kwantificeerbaar zijn, gemakkelijk naar de achtergrond [verdwijnen]. Bovendien kan de focus op meetbare indicatoren ten koste gaan van de al aanwezige professionaliteit.”

Over toezicht wordt gesteld dat de rol van intern en extern toezicht toegenomen is door de verzelfstandiging van (publieke) taken. “Goed bestuur begint bij de interne organisatie. Als de interne checks and balances niet op orde zijn, komt het externe toezicht altijd te laat.”

“Externe toezichthouders dienen meer te reflecteren op de borging van publieke belangen in het veld waarop zij toezicht houden. Zij bevinden zich immers in een unieke positie om vanuit een onpartijdige houding problemen te signaleren of kansen te zien waarbij die publieke belangen in het geding zijn.”

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers