Transparantie in toezicht, congres 1 juni 2016

Laatst bijgewerkt op 697 dagen geleden door Hadewych

Sprekers:

  • Annetje Ottow (UU)
  • Chris Fonteijn (ACM)
  • Kutsal Yesilkagit (RUL)
  • Femke de Vries (RUG)

Paul van Dijk opent met de stelling dat toezicht wel aan ontzettend veel voorwaarden moet voldoen (zie Coglianese) om het goed te doen.  eisen aan toezichteisen aan toezicht

Ottow brengt dat terug tot ‘liter’: legality, independence, transparency, effectiveness, responsibility/accountability. Er zijn natuurlijk ook de juridische beginselen (zorgvuldigheid, proportionaliteit) die betrekking hebben op individuele beslissingen, en die de uitoefening van staatsmacht in goeie banen moeten leiden.

Onafhankelijkheid betekent niet afstand en je in een ivoren toren opsluiten, maar juist dialoog en verantwoording afleggen: interactie en transparantie. Toezichthouders zijn er om er voor te zorgen dat het publiek vertrouwen heeft in een (ondertoezichtstaande) sector, en dat vergt ook vertrouwen in de toezichthouder. Dergelijk vertrouwen is gebaseerd op gezag, onafhankelijk en effectief optreden, transparantie (verantwoording, interactie, verantwoordelijkheid, openbaarheid) en responsiviteit.

Er is altijd spanning tussen transparantie en vertrouwelijkheid. Bovendien is er een dilemma van openbaarheid over misstanden in een sector, waardoor enerzijds mensen kunnen denken dat de toezichthouder effectief optreedt maar anderzijds het vertrouwen in de sector en/of diezelfde toezichthouder afneemt.

Ook Fonteijn pleit voor een doelgerichte in plaats van een legalistische benadering van toezicht. Volgens hem werkt de ACM vanuit hetzelfde soort waarden: onafhankelijkheid, openheid, professionaliteit. Dat kan alleen als dit werkelijk waarden van het personeel zijn.

Hij vraagt om meer openheid van toezichthouders, ze zijn vaak nogal bangelijk. Openheid brengt risico’s met zich mee (eigen fouten erkennen en laten zien, beweegredenen van je eigen handelen ter discussie stellen, open staan voor alternatieve opvattingen, eigen effectiviteit evalueren) dus dat vraagt om een onafhankelijke attitude. Onafhankelijkheid bestaat alleen in verbinding – er moet dialoog zijn tussen toezichthouders, ondertoezichtstaanden, politiek en publiek. Bij druk vanuit de politiek of media vergt het dat toezichthouders hun rug recht houden. Onafhankelijkheid vereist ook verantwoording, en begrenzing – in het geval van toezichthouders begrenzing door de rechter.

Yesilkagit ziet dat toezichthouders een steeds politiekere rol spelen – deels als gevolg van open normen en verschuiving van handhaving van regels naar risicogebaseerd toezicht gericht op publieke belangen. Toezichthouders moeten steeds meer zelf belangen en waarden afwegen. Doordat ze internationaal samenwerken worden ze onafhankelijker van de nationale regering. Wat zich zelfs voordoet is dat internationaal samenwerkende inspecties technisch advies geven aan de Europese Commissie; de EC maakt op basis daarvan richtlijnen die door nationale overheden moeten worden geïmplementeerd. Op die manier worden nationale regeringen bijna ondergeschikt aan de toezichthouders, een omdraaiing van de verhoudingen.

politieke rol toezichthouderspolitieke rol toezichthouders

Uiteraard is het wel problematisch dat toezichthouders niemand representeren, terwijl ze wel een soort miniature independent governments (zie het Brownlow-report) worden. Opnieuw vergt dat interactie en verantwoording.

De Vries behandelt met name de instrumentele vormen van transparantie (openbaarmaking):

  • Waarschuwen van consumenten tegen slechte of gevaarlijke producten of situaties. Probleem is hoe, en of, je consumenten bereikt en de vraag is of het consumentenvertrouwen ondergraaft.
  • Naming and shaming, op basis van marktwerkingstheorie. Uit onderzoek van Judith van Erp blijkt dat dat doorgaans niet werkt.
  • Kennis delen zodat bedrijven of professionals van elkaars fouten kunnen leren.

Daarnaast heeft transparantie intrinsieke waarde in het licht van democratie en rechtsstaat: legitimiteit en verantwoording.

De Vries onderzoekt de relatie tussen transparantie en vertrouwen. Inmiddels is wel duidelijk dat er een positieve relatie is tussen communiceren en vertrouwen, maar dat het dan wel gaat om communiceren over inhoud en niet alleen over proces.

transparantietransparantie

 

Officieel verslagOfficieel verslag

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers