Navigatiemenu

Juridische infrastructuur

Laatst bijgewerkt op 761 dagen geleden door Hadewych

Hierbij een presentatie van Jaap de Waard voor/over VenJ, ook relevant voor inspecties die immers onderdeel van de juridische infrastructuur vormen.

presentatie juridische infrastructuur

 

De betekenis van een goed functionerende Nederlandse juridische infrastructuur voor de economie en concurrentiekracht: het belang van internationale vergelijkingen

{Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie, Directoraat Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, Jaap de Waard, 13 oktober 2015}

Inleiding

‘’Nederland in top-5 concurrerende economieën’’ kopte het Financiële Dagblad van 30 september 2015. Dat blijkt uit The Global Competitiveness Report 2015-2016 van het World Economic Forum[1]. Dit is sinds 1979 een jaarlijkse graadmeter van het concurrentievermogen van gemiddeld zo’n 140 landen, een soort benchmark. Het jaarlijkse rapport wordt internationaal als toonaangevend gewaardeerd. Het onderzoek is in 2015 uitgevoerd onder 144 landen. Sinds 2005 staat Nederland onafgebroken in de top tien van de meest concurrerende economieën. Ons land nam in 2012 ook de vijfde plaats in, maar in 2013 zakte Nederland naar plaats acht, een plek waarop Nederland in 2014 bleef staan. In 2015 is Nederland opgeklommen naar een vijfde plaats. Nederland passeerde het afgelopen jaar Japan, Hong Kong en Finland op de ranglijst. Alleen Zwitserland, Singapore, de VS en Duitsland zijn nog concurrerender dan Nederland. In het rapport staat dat het beleid van de overheid de afgelopen jaren actief bijdroeg aan een sterkere Nederlands positie. Volgens de onderzoekers is er een aanzienlijke verbetering van het concurrentie- en innovatievermogen door gezondere overheidsfinanciën, hervorming van de financiële sector en de arbeidsmarkt, het topsectorenbeleid en het stimuleringsbeleid voor ondernemers. Voor V&J is zeer relevant dat de kwaliteit van de juridische infrastructuur hierbij een belangrijke factor is (zie hieronder). Het kabinet heeft als ambitie om de plaats van Nederland in de top vijf te verankeren en versterken. Door het weer bereiken van de top vijf dit jaar, komt het realiseren van die ambitie dichterbij.

Hoe wordt het concurrentievermogen gemeten?

In het Global Competitiveness Report worden de deelnemende landen gerangschikt volgens de zogenaamde Global Competitiveness Index[2]. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de meest recente theoretische en empirische inzichten. De index bestaat uit 110 variabelen, waarvan 2/3 afkomstig is van de gehanteerde Executive Opinion Survey. De steekproef bestaat uit in totaal 15.000 respondenten afkomstig uit het bedrijfsleven die gezien worden als de meest invloedrijke leiders binnen de verschillende bedrijfstakken van de deelnemende landen. Ten slotte is 1/3 van de variabelen afkomstig uit openbare (kwantitatieve) bronnen zoals bijvoorbeeld die van de United Nations, OECD en World Bank. De variabelen worden gerangschikt in twaalf onderscheiden ‘’pillars’’. Het onderzoeksinstituut INSCOPE: Research for Innovation onder leiding van Prof.dr. Henk W. Volberda van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) is partnerinstituut van het World Economic Forum en verzamelde de gegevens voor Nederland. Volgens Volberda dragen de kwaliteit van de overheid en regulerende instanties (tiende positie) bij aan een goed concurrentieklimaat.

Het belang van een goed functionerende juridische infrastructuur voor het concurrentievermogen van landen

De 144 landen worden op tal van indicatoren vergeleken, onder andere op de aanwezige infrastructuur, de prestaties van het onderwijs, het functioneren van de arbeidsmarkt, het innovatief vermogen en het functioneren van de verschillende instituties (een betrouwbare overheid) van die landen. Nederland scoort goed met zijn instituties (een totale score op plaats 10). Het goed functioneren van de Juridische Infrastructuur (wetgeving, rechtshandhaving en rechtspraak) draagt in belangrijke mate bij aan de toppositie die Nederland inneemt op deze ranglijst van de meest concurrerende economieën ter wereld. De juridische infrastructuur speelt een cruciale rol in het maatschappelijk en handelsverkeer[3]. Zo heeft van Velthoven uitgerekend dat de kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak jaarlijks zo’n 0,8 procent extra economische groei genereert. Het nationaal inkomen is ongeveer zeshonderd miljard euro. Er is dan sprake van een groei van 4,8 miljard euro. De netto kosten van het rechtssysteem bedragen jaarlijks een investering van achthonderd miljoen en leveren dus pakweg 5 miljard op[4]. De Nederlandse Rechtspraak scoort bijvoorbeeld hoog wanneer het gaat om onafhankelijkheid, efficiëntie van het rechtskader in het uitdragen van regelgeving, doelmatigheid van geschiloplossing, en bescherming van eigendomsrechten. Goede rechtspraak levert een belangrijke bijdrage aan maatschappelijke stabiliteit en economische ontwikkeling. Volgens voormalig minister van EZ Wijers is de rechtsstaat, en in het bijzonder de bescherming van eigendomsrechten, een belangrijke voorwaarde voor duurzaam economisch leiderschap. "Er is een duidelijk verband tussen een goed functionerende rechtsstaat en de welvaart van een land", aldus Wijers. Dat de Nederlandse Rechtspraak goed functioneert, blijkt volgens Wijers uit vergelijkingen met andere landen. Ook van Dijk[5] komt op basis van zijn onderzoekbevindingen tot de conclusie dat een efficiënter rechtssysteem de jaarlijkse economische groei kan verhogen. Een goed georganiseerde rechtspraak is goed voor de economie en vice versa.

Het belang van internationaal vergelijkend onderzoek naar de Nederlandse Juridische Infrastructuur

Op veel beleidsterreinen bestaat een lange traditie om te bepalen hoe de situatie in Nederland zich verhoudt tot andere (geïndustrialiseerde) landen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de vergelijking van het presterend vermogen binnen het onderwijs, milieu, (openbaar) vervoer en verkeer, arbeidsmarkt, financiële markten, landbouw, welzijn, klimaat, digitale economie, kwaliteit van het leven, migratiebeleid, armoedebestrijding, en volksgezondheid. Het valt buiten het bestek van deze korte notitie om hier een uitputtend beschrijvend overzicht van te geven. Er is sprake van een rijkdom aan openbare bronnen op velerlei beleidsterreinen waarmee onder andere benchmark studies kunnen worden vervaardigd.

Zoals eerder in deze notitie aan de orde kwam is er een directe relatie te leggen tussen een goed functionerende juridische infrastructuur en economische groei. Binnen het domein van Veiligheid en Justitie (V&J) heeft zich de laatste jaren een accumulatie van beschikbare data en kennis voorgedaan om internationale vergelijkingen of benchmarks te vervaardigen. In tegenstelling tot andere beleidsterreinen is er bij V&J niet een echte traditie om dergelijke analyses te vervaardigen. Dat lijkt vreemd omdat dergelijke internationale vergelijkingen een goed inzicht kunnen verstrekken omtrent het presterend vermogen van de afzonderlijke V&J onderdelen. Een eerste serieuze poging om tot een dergelijk inzicht te komen werd begin 2000 gepubliceerd[6] . De afgelopen jaren is mondjesmaat gebruik gemaakt van dergelijke internationale vergelijkingen binnen het ministerie van V&J. Hierbij gaat het om analyses die specifieke V&J beleidsonderwerpen of fenomenen beschrijven. Een aantal voorbeelden hiervan: omvang mensenhandel, prostitutiebeleid, online kansspelen, digitalisering strafrecht ketens, rechtshulp, cannabisbeleid, slachtofferhulp, elektronische detentie, privatisering gevangeniswezen.  

Gelet op het eerder geschetste grote belang van de juridische infrastructuur, is het wenselijk de prestaties van Nederland op dit terrein in internationaal perspectief te plaatsen. In de eerste plaats is internationale vergelijking een van de weinige manieren om tot een enigszins geobjectiveerde en inzichtelijke beoordeling te komen van de eigen prestaties en op systematische wijze bewezen mogelijkheden tot verbetering te achterhalen. Dit ondanks de haken en ogen die aan internationale vergelijking op dit terrein zijn verbonden. De methode sluit ook aan bij benchmarking als bedrijfskundige methode. In de tweede plaats beïnvloedt de juridische infrastructuur de lange termijn economische concurrentiepositie van een land. Inzicht in de relatieve positie van Nederland ten opzichte van belangrijke concurrenten is daarom van belang. In de derde plaats wint door internationalisering het kennen van de eigen positie aan belang. Harmonisatie en convergentie binnen de EU, maar ook in mondiale kaders doen steeds vaker vragen rijzen hoe de situatie in Nederland zich op specifieke punten verhoudt tot die in andere landen. Hierop toegespitst is de doelstelling van de internationale vergelijking het verkennen van:

  • De prestaties van de publieke sector ter bestrijding van criminaliteit;
  • Terreinen waarop verbetering nodig is;
  • Bedreigingen;
  • Kansrijke mogelijkheden voor verbetering.

 

Voorstel

Op dit moment staat het ministerie van V&J onder druk. Dit betreft zowel druk vanuit de media als druk vanuit de politiek. Een aantal recente incidenten (de zaak Cees H., foto’s Volkert van der G.) zorgen voor een slecht imago van het ministerie. Daarbij komt dat de begroting niet op orde lijkt. Het imago heeft een deuk opgelopen. Dat is jammer omdat de behaalde successen van de afgelopen jaren daardoor nauwelijks de aandacht trekken. Hierbij kan gedacht worden aan ‘’voorbeeldig Nederlands beleid’’ zoals onze relatief lage strafmaat, de significant dalende criminaliteit en als gevolg daarvan krimpende verdachtenpopulatie en ook, onze verminderde behoefte aan celcapaciteit, krimpende gevangeniswezen, de sterke afnamen van de jeugdproblematiek, de mate van tevredenheid van onze klanten (slachtoffers, rechtzoekenden, gedetineerden). Ondanks deze successen is de vlag niet uitgegaan.

 

Toch doet V&J het vanuit een internationaal perspectief goed, zeker wanneer we de beschikbare benchmarkstudies bekijken op Europees en internationaal niveau. Vanuit internationaal perspectief doen de rechtspraak, politie, en slachtofferhulp het goed. Ook binnen het civiele rechtsdomein blijkt dat het geval. Internationaal ziet de mate van tevredenheid en vertrouwen in de instituties er goed uit. Internationaal behoren we vaak tot de beste leerlingen van de klas. Alleen wordt dat te weinig voor het voetlicht gebracht, omdat we het niet weten of niet gebruiken. Een investering om meer aandacht te besteden aan internationale vergelijkingen / benchmarks met de Nederlandse juridische infrastructuur kan mogelijkerwijs het imago van het ministerie van V&J verbeteren. Op deze wijze is er kennis te genereren die het V&J beleid van Nederland in een ander perspectief zet. Zoals eerder is gesteld, investeren in een juridische infrastructuur brengt geld op. Elke geïnvesteerde euro levert er vijf op. Dat is uiteraard een sterk argument om te gebruiken in het kader van de huidige bezuinigingsdrift. De Taskforce Beleidsalternatieven zou dit gegeven sterk naar voren kunnen brengen in de huidige discussie. De uitkomsten van V&J benchmarkstudies kunnen in de toekomst o.a. gebruikt worden tijdens de onderhandelingen bij een nieuw te vormen Kabinet. Investeren in de juridische infrastructuur zal dan een goede investering blijken te zijn, ook voor economische groei en het ophogen van de concurrentiekracht.

  

 

 

[1] http://www3.weforum.org/docs/gcr/2015-2016/Global_Competitiveness_Report_2015-2016.pdf

 

[2] Voor een uitgebreide beschrijving van de gehanteerde methode zie: Sala-i-Martin, Xavier & Elsa V. Artadi (2004). The Global Competitiveness Index. In: Global Competitiveness Report 2004. The GCI measures “the set of institutions, factors and policies that set the sustainable current and medium-term levels of economic prosperity” (in other words, those factors that facilitate or drive productivity). The index is composed of 12 pillars of competitiveness. The index attempts to take into account countries' different stages of economic development, and organises the pillars into three subindexes: Efficiency enhancers, Innovation and sophistication factors.

[3] Velthoven, Ben J. C. van (2005). De waarde van de juridische infrastructuur voor de Nederlandse economie. Den Haag: Raad voor de rechtspraak http://media.leidenuniv.nl/legacy/bvv-2005-03.pdf

 

[4] Wijers, Hans (2014). Wat is de economische waarde van de Nederlandse rechtspraak? Den Haag: Raad voor de rechtspraak. Rechtspraaklezing. https://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Raad-Voor-De-Rechtspraak/publicaties/Pages/Rechtspraaklezingen.aspx#TOCHeadingRichHtmlField11

 

[5] Dijk, Frans van (2012). Rechtspraak en economische crisis in Europa. Trema, no.2 , pp. 36-41. http://www.recht.nl/vakliteratuur/ie/artikel/312089/rechtspraak-en-economische-crisis-in-europa/

 

[6] Dijk, Frans van & Jaap de Waard (2000). Juridische infrastructuur in internationaal perspectief: Criminaliteitsbeheersing. Den Haag: Ministerie van Justitie, directie Algemene Justitiële Strategie. http://content.rp.rijksweb.nl/cis/content/media/rijksportaal/venj/kernprocessen_14/beleidsanalyseenonderzoek_8/strategievenj/_bestanden_19/20000214_Juridische_infrastructuur_in_internationaal_perspectief_-_Criminaliteitsbeheersing.pdf

 

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers