Navigatiemenu

Tijd, toezicht en techniek; Temporele uitdagingen van digitalisering voor de nvwa

Laatst bijgewerkt op 689 dagen geleden door Hadewych

De NSOB heeft bij de NVWA een mooi onderzoek gedaan naar de impact van technologische ontwikkelingen op het toezicht: “van street-level bureaucrats naar web-level inspectors”

Voor toezichthouders verandert er veel door digitalisering en verplaatsing van ondertoezichtstaanden naar internet. Lokatie, schaal en tempo van transacties verandert en ook de interactie tussen burgers, ondertoezichtstaande bedrijven en inspecties.

 “Kennis en expertise hebben bovendien een steeds kortere houdbaarheids­datum. In een wereld waar alles sneller en slimmer gaat, is het de vraag of de toezichthouder dit dan nog wel volgen.”

“Samengevat kunnen we stellen dat technologische ontwikkelingen ge­paard gaan met versnelling en destabilisering van gevestigde instituties. Informatie wordt sneller uitgewisseld, waardoor ook processen in de markt sneller kunnen verlopen. Vaste ritmes worden doorbroken en ver­vangen door snel wisselende verbanden. Het internet kent een hoge mate van vloeibaarheid: activiteiten kunnen snel verplaatst worden en er wordt in steeds verschillende verhoudingen gewerkt. Dit betekent ook dat het instellen van nieuwe regels of het inzetten van een interventie vaak geen blijvend effect heeft omdat het gedrag zich makkelijk verplaatst.

Van de toezichthouder wordt meer flexibiliteit gevraagd, en het omgaan met nieuwe partijen en (digitale) plaatsen die ertoe doen. De toezichtorga­nisatie gaat echter niet vanzelf mee in het tempo van de digitale wereld. Waar in de digitale wereld steeds meer vloeibaarheid ontstaat, is de toe­zichtorganisatie nog vooral gebouwd als een robuuste organisatie, uit­gaande van een meer gestolde werkelijkheid. De omgeving is steeds vloei­baarder, terwijl de toezichthouder juist werkt vanuit wetten, normen en procedures die zijn ingericht volgens het beeld van een gestolde praktijk. Zo kan een mismatch ontstaan tussen het ritme en tempo van de organi­satie, en dat van de wereld waarbinnen het toezicht plaatsvindt. Met als niet te onderschatten risico dat de toezichthouder vaak te laat of te traag is, of patronen niet doorziet.”

Als er dankzij Big Data efficiënter risicogericht wordt geïnspecteerd (gericht op het risico van niet-naleving) kan dat allemaal paradoxale gevolgen hebben: inspecteurs zijn meer tijd kwijt per ondertoezichtstaande; de reputatie van de hele sector kan lijden onder het beeld dat de inspectie een hoger percentage overtreders treft; toezichtlast wordt privacylast.

Dat roept de vraag op of de focus van een inspectie nog wel op het risico van overtredingen moet liggen. Met een verschuiving van de blik naar maatschappelijke risico’s van de processen in een bepaald sector, met meer oog voor de verschillende mechanismen en redenen achter overtredingen en met communicatie over de algemene staat van een sector zouden de eerdergenoemde paradoxen mogelijk verdwijnen.

“Naast het uitbreiden van de informatiebronnen die in het toezicht gebruikt worden, en het slimmer inrichten van de analyses van deze informatie, brengt de digitalisering ook andere vormen van toezicht met zich mee. De wereld van het internet kent ook allerlei vormen van zelftoezicht door de gebruikers ervan, die elkaar wijzen op goede en foute aanbieders. Soms gebeurt dit op ongeorganiseerde fora waar ervaringen worden gedeeld, maar soms loopt dit zelftoezicht ook via grote, commerciële spelers op de digitale markt. (…)

De digitalisering kan zo een vliegwieleffect hebben om nieuwe vormen van controle en verantwoording op gang te brengen die niet alleen via de inspectie verlopen, maar ook via privaatrechtelijk of maatschappelijk toezicht. Bijzonder aan het zelftoezicht is de interactie die tussen aanbieder en consument plaatsvindt, waardoor de signalering van mogelijke problemen veel directer en sneller tot stand komt.”

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers