Navigatiemenu

IR-lezing Florentin Blanc 9 maart

Laatst bijgewerkt op 637 dagen geleden door Hadewych

dias

Florentin begint zijn verhaal met de vraag waar het eigenlijk over gaat? Historisch bestaat zoiets als inspecties nog niet zo lang, internationaal is de functie die we in Nederland 'toezicht' noemen op heel veel verschillende manieren georganiseerd, en er is zelfs geen éénduidige term die wordt gebruikt om die functie mee aan te duiden. Handhaving, inspectie, regulering, toezicht zijn in andere talen te vertalen met een groot aantal woorden die min of meer over hetzelfde gaan.

Lang niet op alles wordt toezicht gehouden, en zaken waarvoor de ene overheid toezicht heeft georganiseerd zijn in andere landen überhaupt niet gereguleerd, of wel gereguleerd maar zonder handhaving. Als voorbeeld vertelt Florentin dat de Fransen toezicht houden op het gebruik van de Franse taal.

Je kan je dan ook afvragen waarom er zoiets bestaat als toezicht en handhaving en waarom dat door de overheid op nationaal niveau georganiseerd zou moeten worden. Historisch en internationaal hebben samenlevingen (zeker tot na de Eerste Wereldoorlog) gefunctioneerd zonder publiek toezicht.

In Nederland is een grotendeels nationaal georganiseerde, min of meer afzonderlijk van de rest van de overheid herkenbare, toezichtfunctie. Dat maakt het bijzonder zichtbaar en al gauw omstreden. Daarnaast merkt Florentin op dat de Nederlandse inspecties hoge professionele standaarden hebben. Dat brengt hen in aanvaring met politiek, media en publiek, waar 'leken' slecht begrijpen hoe  goed toezicht en effectieve handhaving werken.

Effectieve handhaving

 

Florentins empirische onderzoek bevestigt de gangbare opvatting onder professionele handhavers: de samenleving wordt niet beter van repressieve inspecties. Repressie plaatst de overheid/inspecties tegenover de ondertoezichtstaanden, waardoor er geen vertrouwensrelatie kan ontstaan, zodat een gesprek over de manier van werken of de producten of diensten van ondertoezichtstaanden onmogelijk wordt. Bovendien impliceert strenge handhaving dat de inspectie een groot deel van de verantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteit, veiligheid, milieuhygiëne, rechtmatigheid en rechtvaardigheid van het werk van ondertoezichtstaanden.

Uit allerlei onderzoek, inclusief dat van Florentin, blijkt dat mensen zich doorgaans aan sociale en juridische normen conformeren, en dat ze dat méér doen naarmate er meer sprake is van een open, veilige, rechtvaardige cultuur. Dat wil zeggen dat er enerzijds aandacht is voor publieke belangen zoals veiligheid, milieu en recht, terwijl er anderzijds ruimte is voor kritiek en voor het leren van fouten.

Inspecties kunnen ondertoezichtstaanden daarbij helpen, maar uiteraard lukt dat niet als ze niet adequaat toezicht houden: zich goed informeren over wat er gebeurt in een bedrijf of organisatie en waarom dat gebeurt.

Daarvoor is een goeie risico-analyse nodig. Florentin benadrukt dat het dan niet gaat om het risico dat er regels of normen overtreden worden (nalevingsrisico), maar om risico's voor de samenleving (publieke belangen).

Hij vraagt zich af of het toezicht zich uitsluitend richt op de werkelijk belangrijke risico's. Wat in ieder geval opvalt is dat iedereen wel weet dat risico een functie van kans en impact is, maar dat er vrijwel uitsluitend, nogal technocratisch, met kans (probabiliteit) gerekend wordt. Er is weinig aandacht voor impact, gevolgen, ernst en omvang, van een incident, terwijl je zou verwachten dat de overheid zich juist dáár het meest druk over maakt.

Het verhaal vertellen

 

De spanning tussen deskundige inspecteurs enerzijds en naïef publiek/politiek anderzijds kan alleen worden verminderd door open en transparant te zijn over wat inspecties doen, hoe zij hun afwegingen maken, waarvoor zij zichzelf verantwoordelijk achten en welke resultaten hun werk oplevert. Dat zou het publiek het vertrouwen kunnen geven dat het toezicht adequaat en deskundig bijdraagt aan het beheersen van grote risico's.

Zulke verantwoording zal vooral vertrouwen bieden als toezichthouders zichtbaar maken dat ze ook zelf een just culture hebben, lerende organisaties zijn die kritiek en fouten gebruiken om zichzelf te verbeteren. Bovendien zullen ze responsief moeten zijn, dus zichtbaar aandacht besteden aan de impact-kant van maatschappelijke risico's.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers