Toezichtontwikkeling

Laatst bijgewerkt op 15 dagen geleden door Hadewych

Zie hoofdstuk 5 Awb. Dat hoofdstuk heet ‘Handhaving’ (niet: toezicht, er is geen hoofdstuk toezicht). Het genus is dus: handhaving. 

Titel 5.2 heet ‘Toezicht op de naleving’. Hier komt de term ‘toezicht’ om de hoek. Toezichthouders zijn (natuurlijke) personen die -  kortgezegd-  nagaan of voorschriften worden nageleefd. Zie art 5:11 Awb.

Dit is hetzelfde als wat de Hoge Raad al in 1895 heeft bepaald: ‘het bewaken, nagaan en gadeslaan van handelingen of zaken van anderen met het oog op de naleving der verordeningen van de bevoegde macht uitgegaan’ (HR 11 maart, 1895).

De andere onderdelen van handhaving staat in titel 5.3 Herstelsancties en titel 5.4 Bestuurlijke boetes. Hier zijn de bevoegdheden van het bestuursorgaan (niet: de toezichthouder!) opgeschreven. Lees: na het gadeslaan is er ruimte om formeel (curatief of repressief) te interveniëren. Dat deel wordt nooit uitgevoerd door een toezichthouder (mag ie niet) maar is de enkele bevoegdheid van het bestuursorgaan. Dit is ‘het sluitstuk van de handhaving’. Op rijksniveau: de toezichthouder stelt vast (maakt een rapport van bevindingen op) en de minister besluit.

Mijn [RL] conclusie is daarom dat toezicht een onderdeel is van handhaving, niet andersom. In feite is toezicht ‘het begin van de handhaving’ en de eventuele formele interventies (‘ingrijpen’) het ‘sluitstuk van de handhaving’.

NB het woord ‘inspectie’ of ‘inspecteur’ komt in de hele Awb niet voor. Gek genoeg wel als naam in het Functiegebouw Rijk (waar naast ‘inspecteur’ de ‘medewerker toezicht’ voor komt. Medewerker Handhaving staat dan, grappig genoeg, weer niet in het FGR).

 

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers