Navigatiemenu

De strategische driehoek van Moore

Laatst bijgewerkt op 465 dagen geleden door Hadewych

Mark Moore beschrijft in zijn boek Creating public value dat een publieke organisatie in een strategische driehoek voortdurend drie basiselementen tot een optimum moet brengen.

 

                                      Legitimiteit en steun

                              

         Operationele capaciteit                          Publieke waarde

 

Ad 1. De activiteiten van publieke organisaties als de rijksinspecties moeten bijdragen aan het creëren van publieke waarde. Dat wil zeggen aan een vooraf (politiek en beleidsmatig) gedefinieerd maatschappelijk doel als veiligheid, kwaliteit van zorg en onderwijs, goede en eerlijke werking van markten. Dat is het bestaansrecht van inspecties en andere publieke toezichthouders. Onze eerste opdracht is daarom om binnen de gegeven taakopdracht onze bijdrage, onze missie te definiëren. Traditioneel vatten we onze taak op als het toezicht houden op de naleving van regelgeving die is ingesteld om het maatschappelijk doel te bereiken. Daarvoor zetten we onze wettelijke bevoegdheden in. Als we onze rol daartoe te zeer beperken kan dit leiden tot het blind toepassen van het adagium ‘regels zijn regels’. Het achterliggende maatschappelijk doel kan dan buiten beeld raken. Daarom is het zaak die publieke waarde voortdurend als richtsnoer voor ons handelen voor ogen te houden. Dit is geen statisch gegeven, de maatschappij om ons heen verandert voortdurend, onze politieke opdracht kan opnieuw gedefinieerd worden. Het is aan ons om te signaleren richting politiek, beleid en werkveld waar taken en bevoegdheden niet meer voldoen en moeten worden bijgesteld.

Ad 2. Ons werk moet als legitiem worden ervaren en publieke steun hebben. Publiek en actoren in het werkveld erkennen de inspectie dan als de logische partij die via toezicht het maatschappelijk doel – de publieke waarde – dient. Men erkent dan ook de bevoegdheden die daar bij horen en ziet de inspectie als autoriteit op haar gebied. Bij misstanden en incidenten kan de legitimiteit en steun ter discussie komen. Verschillende inspecties hebben dat afgelopen periode ervaren. Zonder steun en legitimiteit kunnen publieke toezichthouders hun bijdrage aan het maatschappelijk doel niet adequaat leveren.

Ad 3. Om aan het maatschappelijk doel te werken hebben we niet alleen legitimiteit, maar ook voldoende operationele capaciteit nodig. Dat wil zeggen genoeg mensen om onze taken uit te voeren, maar ook de juiste mensen. Mensen met kennis van het werkveld, maar ook met kennis van het toezichtvak en kennis van de omgeving en menselijk gedrag. Die mensen hebben bovendien de juiste middelen (instrumenten, data) nodig om hun werk te doen. In het afgelopen decennium hebben de inspecties eerst het aantal fte’s zien teruglopen, onder invloed van de bezuinigingen op het overheidsapparaat. Recent hebben verschillende inspecties er juist na uitgebreide politieke debatten weer capaciteit bij gekregen of zijn eerdere bezuinigingen (deels) teruggedraaid (SodM, IGZ, NVWA, Inspectie SZW).

We zien dat inspecties en andere publieke toezichthouders voortdurend bezig zijn met deze basiselementen om hun performance te verbeteren. Het gaat eigenlijk altijd om het draaien aan één of meerdere van deze ‘knoppen’.
Inspecties zijn om te beginnen bezig met herbezinning op en herdefiniëring van hun bijdrage aan het maatschappelijk doel dat zij dienen, aan hun toevoeging van publieke waarde. Het WRR-rapport Toezien op publieke belangen uit 2013 heeft in feite voor een kanteling in het denken over toezicht door rijksinspecties gezorgd; de bijdrage aan het publieke belang kwam centraal te staan. De rijksinspecties kwamen meer in de positie om – binnen brede opdracht die zij vanuit politiek en wetgeving hebben meegekregen – hun meerwaarde zelf mede te formuleren. Zij gebruiken hun risicoanalyses en prioritering om daar op te treden waar hun bijdrage aan het publiek belang het meest gewenst is.
Hoewel wettelijke bevoegdheden een belangrijke basis blijven, nemen zij meer en meer afstand van een ‘legalistische’ benadering (“wij zijn er alleen voor het handhaven van de wet”, “Waar ik geen bevoegdheden heb, kan ik niets”). De maatschappelijke outcome komt meer centraal te staan. Rijksinspecties zetten in toenemende mate een keur aan instrumenten in om hun maatschappelijk doel te bereiken en ontwikkelen maatstaven om hun performance te kunnen meten.

Waar vertrouwen de afgelopen periode onder druk stond, werken inspecties aan herstel daarvan. Allereerst door transparant te zijn over hun prioriteiten, hun werkwijzen en hun resultaten. Maar ook door duidelijk te maken waar zij tegen grenzen aan lopen en door dit te signaleren en agenderen. Het managen van verwachtingen van politiek en publiek is een belangrijk element daarin. Maar ook een actieve communicatie en interactie aangaan met de omgeving kunnen instrumenten zijn om vertrouwen en steun op te bouwen.

Werken aan vertrouwen en aan een betere maatschappelijke outcome kan ook betekenen; werken aan verbetering van de operationele capaciteit, aan professionalisering van medewerkers en aan innovatie van het toezicht.

Dilemma’s
De drie elementen moeten voortdurend met elkaar in overeenstemming zijn. Als de lat bijvoorbeeld erg hoog wordt gelegd waar het de maatschappelijke meerwaarde en bijdrage betreft, en de capaciteit om dat waar te maken ontbreekt, zal dit ten koste gaan van de legitimiteit. Waar inspecties te veel van hun juridische basis en opdracht afwijken om outcome te verhogen, kan dat eveneens ten koste gaan van legitimiteit bij ondertoezichtstaanden.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers