De wisselwerking tussen recht en vertrouwen bij toezicht en handhaving

Laatst bijgewerkt op 402 dagen geleden door Hadewych Reacties (1)

H.D. (Hanna) Tolsma, P. (Paulien) de Winter, De wisselwerking tussen recht en vertrouwen bij toezicht in handhaving, Boom juridisch, Den Haag 2017

In deze bundel gaat het bij toezicht en handhaving uitsluitend om individuele burgers waarop toezicht wordt gehouden, en daarmee vooral om uitkerings- en toeslaggerechtigden.

 

Leo Damen, Welke rol speelt het vertrouwensbeginsel bij de handhaving van het bestuursrecht? Pp. 19-38

Het vertrouwensbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur eist dat gerechtvaardigde verwachtingen, zo enigszins mogelijk, worden gehonoreerd.

Tegelijkertijd bestaat er een beginselplicht voor de overheid tot handhaving. Gezien die beginselplicht is een besluit om te handhaven slechts zeer zelden onevenredig.

De verhoudingen tussen overheid en burger zijn scheef. Er is meestal sprake van informatiesymmetrie (het openbaar bestuur beschikt doorgaans over veel meer informatie dan de modale burger). De auteur roept de burger op om toch vooral niet al te veel te vertrouwen op de overheid, of op het rechtzetten van misverstanden in zijn voordeel door de rechter.

 

Femke de Vries, Margot Aelen, Transparantie en verantwoording: recente ontwikkelingen in het financieel toezicht, pp. 39-69

De auteurs onderscheiden verschillende vormen van verantwoording: aan de stakeholders (t.b.v. legitimiteit), politieke verantwoording, juridische verantwoording, direct aan het publiek. Ook het hoe (openbaarmaking van besluiten, publiceren van werkprogramma’s en jaarverslagen, uitleg en toelichting in de media) en het waarover (effectiviteit, motivering, sector, eigen kwaliteit) varieert.

De effecten van transparantie zijn verschillend bij verschillende typen burgers, en ook verschillend bij transparantie over positieve informatie (bijvoorbeeld effectiviteit) en over negatieve informatie (bijvoorbeeld klachten over de inspectie). Grimmelikhuijsen onderscheidt ‘de wantrouwende burger’, ‘de naïeve burger’, ‘de overheidsminnende burger’ en ‘de kritische burger’. “Toezichthouders die het vertrouwen willen vergroten zouden zich bij het bieden van meer transparantie moeten richten op de groep burgers met weinig kennis en een negatieve grondhouding.”

“Van Erp stelt dat hoe zichtbaarder het toezicht is, hoe meer vragen er worden gesteld bij de keuzes van de toezichthouder.”

 

Annalies Outhuijse, De wisselwerking tussen recht en vertrouwen bij de introductie van privaat bouwtoezicht, pp. 71-86

“Toezicht op en handhaving van rechtsregels zijn kerntaken van de overheid.” In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre die kerntaken aan een private organisatie kunnen worden overgedragen, en welke vertrouwenskwesties een rol spelen bij privaat toezicht.

 

Anne Ruth Mackor, Rechterlijke gedragscodes. Over hun juridische status en het vertrouwen in de rechtspraak, pp. 87-110

De rechterlijke macht moet, juist vanwege het feit dat zij een macht is, verantwoording afleggen. Precies datzelfde spanningsveld (tussen onafhankelijkheid en verantwoordingsplicht) is er ook bij toezichthouders.

“Corstens en Griffiths onderscheiden twee manieren om het vertrouwen in de rechtspraak te bevorderen. De ene is de rechtspraak meer naar buiten gericht en meer laagdrempelig te maken. Daaronder wordt verstaan: meer communiceren en de rechter meer zichtbaar maken en meer een gezicht geven. De andere is juist meer naar binnen gericht en meer afstandelijk. Daarbij worden juist de onafhankelijkheiden onpartijdigheid van de rechtspraak benadrukt.”

Er worden drie soorten onafhankelijkheid onderscheiden:

  • Institutionele
  • Rechtspositionele
  • Functionele

Onafhankelijkheid komt voort uit, of wordt geborgd door:

  • Juridische randvoorwaarden
  • De rechtspositie van ambtsbekleders
  • Expertise en de noodzaak van efficiëntie
  • Geheimhoudingsverplichtingen (professionele afwegingen zijn niet openbaar)
  • Controle op het vermijden van belangenverstrengeling

Om ervoor te zorgen dat er ondanks die onafhankelijkheid toch verantwoord wordt opgetreden en onafhankelijke ambtsdragers zich verantwoorden, zijn er binding aan de wet, motiveringsplicht, inzage in stukken door ‘externen’, beroepsuitoefeningsreglementen, klachtregelingen en gedragscodes. Overigens heeft de auteur weinig fiducie in de vertrouwenbevorderende werking van een gedragscode voor de Nederlandse rechtspraak.

 

Christian Boxum, Heinrich Winter, Beter contact bij boetes? Over ‘procedural justice’ in boetebezwaarprocedures bij het ministerie van SZW, pp. 153-169

 “Het vertrouwen van burgers in het recht wordt niet enkel bepaald door de mate waarin burgers het eens zijn met gestelde normen, maar vooral ook door de wijze waarop het recht door de overheid wordt toegepast.”

Reacties

Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
    • Hadewych
      Hadewych 383 dagen geleden

      De toezichthouder die zegt dat er niet zal worden gehandhaafd. De ambtenaar die zegt dat er geen vergunning nodig is. De gemeentesecretaris die belooft dat er subsidie zal worden verstrekt voor een project. De burger denkt erop te kunnen vertrouwen, maar komt vaak bedrogen uit. Diegene die de toezegging doet blijkt vaak helemaal niet bevoegd om die toezegging te doen, dus kon het bestuursorgaan niet aan die toezegging worden gehouden. Tot voor kort. Als gevolg van een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State lijkt dat nu anders te zijn. In dit blog van Thomas Sanders leest u daar meer over.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers