Kennisbenutting voor beleid

Laatst bijgewerkt op 464 dagen geleden door Hadewych

Kennisbenutting in beleid is een proces. In tegenstelling tot wat de evidence-based policy-beweging denkt, verlopen beleidsprocessen eerder messy en interactief dan puur rationeel, en spelen allerlei factoren mee die belangrijker kunnen zijn dan wetenschappelijke kennis. Ook belangengroepen, media, persoonlijke belangen en institutionele regels doen hun invloed gelden.

Het processuele model van Monaghan past volgens onderzoeker Tieberghien het best bij haar bevindingen: beleid wordt gemaakt in een dynamisch proces, waarin kennis wordt geselecteerd en gedefinieerd en politici invloed uitoefenen op de kennis die wel/niet in nota’s aan de Kamer terechtkomt, en waarin naast wetenschappelijke kennis ook andere factoren meetellen. Enthoven (2011) zag dergelijke processen ook in de Nederlandse situatie.

Carol Weiss stelde in 1979 al dat wetenschappelijke kennis op drie manieren benut kan worden: instrumenteel (kennis wordt direct omgezet in beleid), conceptueel (kennis draagt bij aan inzicht) en politiek-symbolisch (kennis wordt strategisch ingezet).

Weiss’ typologie blijkt te beperkt. In de politiek-symbolische benutting zijn onderverdelingen nodig. Er is namelijk ook ‘evidence-informed’ beleid én wetenschappelijke kennis werd vaak ook regelrecht misbruikt.

De benutting van wetenschappelijke kennis hangt af van kenmerken van het beleid en van kenmerken van die kennis zelf.
Het beleid moet rekening houden met de internationale context én met de verkiezingen en de strijd tussen partijen. Opvallend is dat beleidsmakers ook graag gebruik maken van praktijkkennis. Wetenschappers schuiven die vaak opzij als ‘onsystematisch’ en ‘onvoldoende hard’, maar praktijkkennis is een serieuze concurrent van wetenschappelijke kennis als het gaat om relevantie voor beleid. Met name parlementsleden willen graag snel aan informatie komen en plegen liever een telefoontje met een bekende expert dan dat ze een wetenschappelijk rapport lezen.
Wetenschappelijke kennis heeft ook manco’s, die benutting tegenwerken. De kennis is vaak gericht op academische publicaties. Het onderzoek duurt vaak (te) lang en past dan niet in de politieke agenda. De rapporten zijn vaak dik. En wetenschappelijke kennis is vaak omgeven door onzekerheden, zwak en tegenstrijdig, terwijl beleidsmakers helderheid willen.

Wetenschappelijke kennis maakt de grootste kans op benutting als ze helder en to the point antwoord geeft op vragen waar beleidsmakers mee zitten. Beleidsmakers houden ook van cijfertjes. Kwantitatief onderzoek maakt dan ook een grotere kans op benutting. De persoon van de onderzoeker is ook belangrijk: is hij een wetenschapper met persoonlijke netwerken in de beleidswereld of verschijnt hij regelmatig in de media, dan komt hij eerder in commissies en wordt hij eerder gevraagd als expert. Hij bouwt dan langzaamaan vertrouwen op als iemand die de waarheid kent.

De media zijn een sterke facilitator voor benutting. Als een onderzoek in de media staat, is het voor beleid lastiger om het te negeren. Maar helaas zijn de media lang niet altijd correct in hun weergave van wetenschappelijke kennis. Selectie van kennis en versimpelingen zijn aan de orde van de dag. Het risico op politiek-strategische benutting is daardoor groot.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers