Het rendement van kennis voor beleid

Laatst bijgewerkt op 442 dagen geleden door Hadewych

Hans Peter Benschop pleit in Hoe verhogen we rendement van kennis voor beleid? Van beleidscontrol naar leerproces voor de organisatie van tijdelijke arena’s van gezamenlijke verkenning en onzekerheid, waarin politici, ambtenaren, wetenschappers en burgers de verbanden tussen kennis en beleid leggen. (Wetenschappelijke) kennis leidt immers zelden tot eenvoudige beleidsaanbevelingen, zeker niet in het geval van wicked problems.

Om beleidsvraagstukken te typeren gebruikt Benschop het schema van Hoppe en Hisschemöller uit ’95:

wicked problems

 

De manier waarop vaak naar kennis voor beleid wordt gekeken, in termen van evidence based policy en het onderbouwen van keuzes voor bepaalde interventies met wetenschappelijk onderzoek, is alleen geschikt voor gestructureerde problemen. Zelfs daar heeft beleidsonderzoek tekortkomingen: de onmogelijkheid om causaliteit aan te tonen (meestal) en de relativiteit van operationalisaties en indicatoren. Bovendien zijn conclusies en aanbevelingen op basis van onderzoek vaak erg afhankelijk van de wetenschappelijke disciplines waarbinnen onderzoek is uitgevoerd.

In de praktijk zijn aanbevelingen op basis van onderzoek vaak niet uitvoerbaar; moet beleid op de tast (incrementeel en lerend) worden geformuleerd omdat er onvoldoende kennis en veel onzekerheid is; kunnen onderzoek en kennis wel helpen maar alleen door daarbij ook de grenzen van de wetenschappen aan te geven.

Benschop verwijst naar het WRR-rapport Uit zicht: toekomstverkennen met beleid waarin gesteld wordt dat de toekomst wel open is (er zijn verschillende scenario’s mogelijk) maar niet leeg (er is altijd een zekere mate van padafhankelijkheid, en er zijn dingen die niet kunnen).

Onzekerheid betekent niet dat er geen kennis is. “Integendeel: we hebben de ervaring van vele mislukte en ook gelukte interventies. De wetenschap heeft theorieën waarom een maatregel wel of niet werkt. Op basis van die kennis kunnen we suggesties doen voor nieuwe maatregelen.” Kennis wordt dan niet gebruikt om te onderbouwen, beargumenteren en verantwoorden dat een bepaalde keuze de ‘juiste’ is, maar om te exploreren, nieuwe ideeën en nieuwe wegen te genereren in het streven om een gesteld doel te realiseren.

Om het rendement van wetenschap voor beleid te vergroten is het derhalve van belang arena’s te organiseren waarin verschillende wetenschappelijke disciplines, praktijkmensen en politici elkaar treffen en met elkaar van gedachten wisselen over de verschillende mogelijke handelingsperspectieven.

De wetenschapper kan bijdragen aan het beleid door te tonen waar de kennis ontbreekt en er ruimte is voor visie.

Het is belangrijk te onderkennen dat er een tijd is voor verkenning van een vraagstuk en onzekerheid, en dat er ook, andere, tijden zijn voor besluiten. Op dat moment zijn vrije arena’s minder voor de hand liggend.

 

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers