Onafhankelijk onderzoek

Laatst bijgewerkt op 230 dagen geleden door Hadewych Reacties (1)

Onafhankelijkheid van onderzoek wordt besproken vanuit het perspectief van (ex post) onderzoek naar incidenten en rampen – niet vanuit het perspectief van toezicht. Desondanks zijn de observaties ook voor inspecties uiterst relevant, omdat toezicht houden een vorm van (politiek-beleidsmatig en maatschappelijk relevant) onderzoek is en omdat ook het gezag van toezichthouders gerelateerd is aan hun onafhankelijkheid.

In de publicatie van de OVV wordt onafhankelijkheid ontleed in drie dimensies:

  • Positionering, institutionele voorwaarden en garanties (ten behoeve van neutraliteit, objectiviteit, onpartijdigheid)
  • Oordeelsvorming, autonomie van de onderzoekers (ten behoeve van onbevangenheid en evenwichtigheid)
  • Beeldvorming, publieke waardering van het onderzoek (ten behoeve van vertrouwen en legitimiteit)

Daarbij wordt opgemerkt dat onafhankelijkheid een relatief en relationeel begrip is: niet alleen is absolute onafhankelijkheid onmogelijk maar een te grote afstand tot opdrachtgevers en informanten belemmert bovendien de informatiepositie en responsiviteit.

Terwijl de OVV en soortgelijke instellingen onderzoek achteraf doen om het maatschappelijk vertrouwen in politiek en democratie te funderen, doen toezichthouders onderzoek om regelnaleving en kwaliteit te bevorderen en daarmee de maatschappij te beschermen tegen risico’s. Dat brengt andere relaties met zich mee en dus ook een enigszins andere invulling van de eigen onafhankelijkheid. Inspecteurs zijn ambtenaren en in die zin nadrukkelijk niet individueel onafhankelijk van hun politiek-bestuurlijke ‘opdrachtgevers’.

Omstreden onderzoek en kennis

Algemeen is het besef doorgedrongen dat kennis nooit volledig neutraal is, en er zijn uiteenlopende opvattingen over wat ‘waar’ is. Kennis is het product van een cultuur. Dat besef slaat soms door in het idee dat alle kennis dus subjectief en dus partijdig is.

Bovendien zijn kennis en begrip van wetenschappelijke onderzoeksmethoden en technieken niet erg wijdverspreid, ondanks het hoge opleidingsniveau. Daardoor kunnen mensen niet zelf de waarde van onderzoek beoordelen. Tegelijk hechten mensen minder belang aan autoriteit, waardoor de verzekering dat een onderzoek aan wetenschappelijke standaarden voldoet is niet langer voldoende voor maatschappelijk vertrouwen.

Onderzoek moet daarom als onafhankelijk worden gepercipieerd, zodat mensen er alsnog gezag aan toekennen en er daardoor vertrouwen in hebben. Om als onafhankelijk te worden gepercipieerd, helpt het om ook werkelijk onafhankelijk te zijn.

Onafhankelijkheid wordt vaak geassocieerd met extern onderzoek, maar intern onderzoek kan ook waardevol zijn: “Het te lichtvaardig of te vaak initiëren van externe onderzoeken kan ongunstige effecten hebben. Zo kan extern onderzoek volgens Bolhaar ‘het verantwoordingsperspectief van professionals’ aantasten. Het kan ertoe leiden dat zij zich strikt aan de regels gaan houden en hun professionele ruimte niet meer durven benutten en de bijbehorende verantwoordelijkheid uit de weg gaan. Ook Tjibbe Joustra juicht het toe als partijen zelf onderzoek doen naar een voorval. “Het laat zien dat ze begrijpen dat ze zelf aan het woord moeten zijn als er iets is misgelopen.” Professionals blijken bovendien meer te leren als zij zelf onderzoeken waarom een situatie uit de hand is gelopen, en het geleerde ook eerder en gemakkelijker te integreren in hun werkwijze.”

Onafhankelijke positionering

“De kern van een onafhankelijke positie is dat de onderzoekers geen persoonlijk belang hebben bij het onderzoek en hun werk volledig naar eigen inzicht kunnen vormgeven en verrichten. Dit vergt in ieder geval aandacht voor:

  • de verankering van de onafhankelijke positie in een wet, instellingsbesluit of Aanwijzingen voor de rijksinspecties;
  • zeggenschap over de invulling en reikwijdte van de onderzoeksvraag;
  • positionering ten opzichte van ander onderzoek naar eenzelfde incident, bij eenzelfde ondertoezichtstaande of in hetzelfde domein (in het bijzonder strafrechtelijk onderzoek);
  • de benodigde deskundigheid;
  • het vermijden van elke (schijn van) belangenverstrengeling;
  • toegang tot alle relevante informatiebronnen;
  • bescherming van de onderzoeksinformatie, ook na afronding van het onderzoek;
  • de beschikbaarheid van een generiek budget;
  • de vestigingslocatie; en
  • zeggenschap over het moment en de wijze van publiceren”

 

Onafhankelijke oordeelsvorming

Verwijten van vooringenomenheid of belangenverstrengeling moeten worden voorkomen. Dat lukt alleen als onderzoekers/toezichthouders zich ervan bewust zijn dat persoonlijkheid, socialisering en perspectief (where you sit is where you stand) invloed hebben op de manier waarop je kijkt. Daarnaast zijn systematische en voorspelbare vertekeningen (bias) bekende valkuilen voor ieder mens, in versterkte mate voor mensen die menen dat ze er ongevoelig voor zijn. Typische biases die een onafhankelijk oordeel van een onderzoeker kunnen ondermijnen zijn tunnelvisie (confirmation bias); wijsheid achteraf (hindsight bias); vereenzelviging met de ondertoezichtstaande (going native, capture, inkapseling).

Tenslotte kunnen onderzoekers/inspecteurs op tal van manieren gemanipuleerd worden door partijen die een belang hebben bij het onderzoek.

Aan deze drie valkuilen kan het hoofd worden geboden door (zelf)reflectie en intervisie, door een (zelf)kritische basisattitude en onderzoeksethiek (die op gespannen voet kunnen staan met attitude en ethiek van ambtelijk vakmanschap  of professionaliteit van de inspecteur/handhaver) en door het organiseren van tegenspraak.

Het helpt als er diversiteit is in teams en organisaties en als voldoende veiligheid is voor leren. Analyses worden overtuigender als onderzoekers over hun emoties (verontwaardiging, bezorgdheid, nieuwsgierigheid) kunnen praten.

Ook een verantwoording over onderzoeksproces, argumenten, gemaakte afwegingen en redeneerstappen, in een rapportage, helpt om onderzoek onafhankelijk te houden. Het moet voor lezers navolgbaar zijn op welke manier onderzoekers op basis van de feiten tot hun conclusies zijn gekomen.

Beeldvorming

Beeldvorming rond een onderzoek is het resultaat van een krachtenspel waarover niemand de regie kan voeren. Een goede reputatie helpt, net als een goede presentatie en timing van een onderzoek, maar uiteindelijk is er krediet nodig bij opiniemakers en publiek. Dat kan een instantie opbouwen door consequent goed werk te leveren, en door voldoende aandacht te besteden aan de wensen en belangen van diegenen voor wie het onderzoek of het toezicht uiteindelijk wordt gedaan: burgers, consumenten, werknemers, inwoners. Tegelijk betekent echte onafhankelijkheid ook dat onderzoekers hun conclusies niet aanpassen aan de verwachtingen van opdrachtgevers, ondertoezichtstaanden of aan die van het publiek.

“Het blijft in de praktijk een dilemma. Door een stevige boodschap te formuleren, zullen de onderzoekers vermoedelijk publieke aandacht genereren en betrouwbaar overkomen. Dit is een manier om gezag te verwerven, en dus om de belangrijke en constructieve maatschappelijke rol te vervullen die onafhankelijke onderzoekers hebben. Maar met een stevige boodschap kunnen onderzoekers de partijen die lering moeten trekken uit het rapport ook tegen zich in het harnas jagen - zeker als deze het gevoel hebben dat het oordeel geen recht doet aan hun praktijk. In dat geval zullen betrokkenen mogelijk minder bereid zijn om met de aanbevelingen aan de slag te gaan.”

 

 

Reacties

Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers