Slim handhaven

Laatst bijgewerkt op 199 dagen geleden door Hadewych Reacties (1)

De interdisciplinaire onderzoeksgroep ‘Handhaving van onderop’ van de universiteit van Groningen heeft onderzoek gedaan naar handhaving van de regels in de sociale zekerheid. Hoewel het onderzoek zich richt op het naleven van voorschriften door uitkeringsgerechtigden, biedt het ook voor toezichthouders in andere domeinen aanknopingspunten. Enkele conclusies die worden getrokken:

Het nalevingsniveau in de sociale zekerheid is niet zozeer gebaat bij ‘meer’ handhaving, maar bij ‘slimmere’ handhaving. Anders gezegd, de effectiviteit van de handhaving in de sociale zekerheid wordt niet alleen bepaald door hardere of softere maatregelen, maar ook door de mate waarin de handhavingsstijl is afgestemd op de specifieke achtergronden en verwachtingen van de uitkeringsgerechtigde.

‘Slimme handhaving’ heeft vaak een positief effect op het nalevingsniveau van uitkeringsgerechtigden. Met behulp van deze nieuwe aanpak kunnen handhavingsinstrumenten bovendien veel doelmatiger worden ingezet. In plaats van hetzelfde handhavingsinstrument in te zetten bij iedereen, worden dan alleen die instrumenten ingezet die het beste aansluiten bij het individuele profiel van de uitkeringsgerchtigde. Ten slotte is – op de langere termijn – het maatschappelijk rendement van ‘slimme handhaving’ groter dan bij veel bestaande handhavingsstrategieën.

Met handhaving doelen de onderzoekers op alle activiteiten gericht op het bevorderen van naleving, niet alleen opsporen en bestraffen.

Slimme handhaving, gebaseerd op de posture-benadering van Valerie Braithwaite en de procedural justice-benadering van Tom Tyler, draait om de afstemming: proberen om eerst een beter beeld te krijgen van de ondertoezichtstaande en vervolgens proberen om de handhavingsbenadering daarop zoveel mogelijk te laten aansluiten. Bij deze benadering staat de handhavingsrelatie tussen toezichthouder en ondertoezichtstaande centraal. In deze handhavingsrelatie speelt het contact met – en het vertrouwen in – de toezichthouder een belangrijke rol.

Waarop is slim handhaven gebaseerd?

Braithwaites benadering bouwt voort op de procedural justice-benadering van Tyler. Anders dan veel eerdere studies laat Tyler zien dat de mate van regelnaleving onder burgers niet alleen wordt bepaald door ‘instrumentele’ factoren (zoals afschrikking, de hoogte van de boete), maar ook door ‘normatieve’ factoren (de mate waarin burgers de legitimiteit van de handhavers erkennen). Tyler laat ook zien dat de mate van (ervaren) legitimiteit sterk wordt beïnvloed door de manier waarop burgers zich behandeld voelen door de overheid. Als mensen vinden dat ze eerlijk zijn behandeld, zullen ze ook eerder geneigd zijn om samen te werken met overheidsorganisaties en om de regels na te leven. Ook deze benadering wordt in de praktijk breed omarmd en ligt bijvoorbeeld (mede) ten grondslag aan het programma ‘Passend contact met de overheid’ dat door BZK is opgezet.

Hoe bouw je vertrouwen op?

Een belangrijk element van de relatie is vertrouwen. Onderzoek van Six e.a. maakt duidelijk dat er verschillende manieren zijn om aan vertrouwen te werken. Op de eerste plaats ervoor zorgen dat de ander kan zien dat er geen egoïstische doelen (je goed voelen, het eigen belang bevorderen) op de voorgrond staan. Dat kan door te tonen dat het normatieve doel (moreel goed handelen) voorop staat. Bijvoorbeeld door zorgzaamheid, erkenning van de legitimiteit van de belangen van de ander, het bieden van hulp, verantwoordelijkheid nemen (niet de ander de schuld geven) en laten zien dat men uitgaat van de goede bedoelingen van de ander. Dat kan ook door te voorkomen dat de ander denkt dat een van de egoïstische doelen vooropstaat. Bijvoorbeeld door open en direct te zijn over problemen in de taakuitvoering, eerlijk te zijn over de eigen motieven en op tijd en accuraat informatie te ontsluiten. Op de tweede plaats kan in deze optiek aan vertrouwen gewerkt worden door het stimuleren van het normatieve doel bij de ander. Dat kan door vanaf het begin verwachtingen te expliciteren en dat te blijven doen, en verschillen in verwachtingen op te helderen.

Heinrich Winter, Slimme handhaving: wat vraagt dat van de professional?

In de handhavingsstrategie van veel toezichthouders is op dit moment de piramide van Braithwaite een centraal concept. Die strategie gaat uit van actie-reactie en escalatie.

Het onderzoek laat zien dat deze strategie, gekoppeld aan een op de opsporing van fraude gerichte uitvoeringspraktijk, wel eens averechts zou kunnen werken. Uitvoeringsinstanties die burgers wantrouwen en ze behandelen als potentiële fraudeurs, krijgen ook te maken met fraudeurs.

De onderzoekers stellen een andere benadering voor, waarin de relatie met de ondertoezichtstaande centraal komt te staan. Wat is het voor een persoon, hoe interpreteert hij de voorschriften, wat is zijn houding ten opzichte van de inspectie en hoe ervaart hij de wijze waarop hij wordt bejegend? De handhavingsrelatie staat dus voorop: de onderzoeksbevindingen laten zien dat dit perspectief leidt tot effectievere handhaving.

Het model van ‘slimme handhaving’ kan worden gezien als een aanvulling op het model van responsive regulation, waarbij de handhaver centraal staqat en zijn gedrag afstemt op het gedrag van de burger en waarbij er slechts twee smaken zijn: streng of minder streng handhaven. In plaats daarvan komt de handhavingsrelatie centraal te staan en is er grotere variatie in de handelingen van de uitkeringsinstantie denkbaar. Effectieve professionals (inspecteurs) zijn gefocust op de houding, de motivatie en het ‘doenvermogen’ van de ondertoezichtstaande.

De gedachte kan gemakkelijk opkomen dat ‘slimme handhaving’ een erg arbeidsintensief en kostbaar uitvoeringsarrangement met zich meebrengt. ‘De burger centraal’ betekent immers het bezien van elk individueel geval als unieke casus. Dat vraagt investeringen in tijd en dus geld.

Maar niet onderschat moet worden hoezeer de kosten van toezicht en handhaving, die gemaakt moeten worden als de norm niet wordt nageleefd, drukken op toezichtorganisaties. Tegelijk kan datagestuurd toezicht tot kostenbesparingen leiden bij het matchen van profielen van ondertoezichtstaanden en handhavingsstijlen.

Reacties

Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
    • Hadewych
      Hadewych 89 dagen geleden

      In de kennisbijeenkomst met Heinrich Winter en Pauline de Winter (23 oktober) riepen de onderzoekers toezichthouders op om hun handhavingsstrategie te bepalen aan de hand van kennis over de ondertoezichtstaanden. Pas als een toezichthouder het ondertoezichtstaande domein goed kent, kunnen (met behulp van kennis over welke interventies in welke situaties werken) doeltreffend handhavingsbeleid en een doeltreffende handhavingsstijl worden gekozen.

      dias Winter en De Winterdias Winter en De Winter

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers