Navigatiemenu

Fraudeurs

Laatst bijgewerkt op 184 dagen geleden door Hadewych

Fraude is een ernstig maatschappelijk probleem. Het leidt tot grote financiële schade voor burgers, bedrijven en overheden en tot oneerlijke concurrentie, tast  het maatschappelijk vertrouwen aan en ondermijnt zo sociale, normatieve en economische structuren van de samenleving. De laatste jaren is er mede door een aantal grote strafzaken en de financiële crisis veel politieke en maatschappelijke aandacht voor fraude en daarmee ook voor de wijze waarop de overheid fraude probeert te voorkomen en te bestrijden. Hierbij ligt de focus doorgaans op het beperken van gelegenheidsstructuren en het tegengaan van tekortkomingen in de handhaving. 

Ook het wetenschappelijk onderzoek naar fraude richt zich doorgaans op de situationele omstandigheden die fraude mogelijk maken en de wijze waarop (beperkingen van) regulering, toezicht of opsporing ruimte bieden voor fraude (de gelegenheid maakt de dief). In de criminologie bestaat er van oudsher minder aandacht voor de fraudeur, de spreekwoordelijke dief,en de wijze waarop en de reden waarom hij of zij zich inlaat met fraude.

Witteboordencriminologie, het vakgebied dat fraude bestudeert, concentreert zich doorgaans op criminogene (macro- en mesoniveau) omstandigheden binnen bedrijven en economische sectoren. De betrokkenheid van individuele managers, bestuurders of werknemers bij fraude wordt doorgaans verklaard uit de blootstelling aan gelegenheidsstructuren, economische druk of een organisatiecultuur die aanzet tot regelovertredend gedrag.

Levenslooptheorieën stellen dat veranderingen in iemands leven, zoals een afname van de binding met de maatschappij, de kans op regelovertredend gedrag in volwassenheid kan doen toenemen.

Het proefschrift van Joost van Onna heeft als doel inzicht te verschaffen in de criminele ontwikkeling van fraudeurs en de factoren die dit proces beïnvloeden. Het biedt een nieuw raamwerk van drie factoren - verzwakte bindingen, aangepaste morele opvattingen en criminogene situationele omstandigheden – dat helpt om te verklaren hoe en waarom fraudeurs zich inlaten met fraude.

Hoewel situationele omstandigheden ook belangrijk zijn, zijn criminogene individuele factoren van groot belang in de criminele ontwikkeling van fraudeurs. Zo verhogen een verzwakte maatschappelijke binding en flexibele en deviante morele opvattingen de kans dat fraudeurs in criminogene omstandigheden terechtkomen, fraudemogelijkheden creëren of onder druk bezwijken. Bovendien lijken individuele factoren van groot belang bij de uiteindelijke beslissing om fraude te plegen of er van af te zien.

Aan de ene kant kunnen zwakker gebonden werknemers, managers of bestuurders zich (meer dan anderen) aangetrokken voelen tot een organisatiecultuur waarin de grenzen van de wet worden opgezocht (selectie effect). Aan de andere kant kunnen deviante organisatieculturen en de macht die bestuurders, managers of werknemers in (top)posities in bedrijven en organisaties ervaren op hun beurt de binding van personen met de maatschappij en hun sociale omgeving verzwakken.

Een interventiestrategie betreft het gericht inzetten van risicoanalyses en risicomodellen. Aangezien het voorkomen van fraude niet altijd mogelijk is, vormen risicoanalyses en risicomodellen ook een belangrijke strategie. Aan de ene kant laten de interviews zien dat fraude in veel van de onderzochte gevallen begint bij een kleine stap en zich ontwikkelt naar iets omvangrijkers. Idealiter zijn risicomodellen in staat om kleine onregelmatigheden te detecteren om fraude in de kiem te smoren. Aan de andere kant laten de bevindingen zien dat sommige fraudeurs zich herhaaldelijk en professioneel bezighouden met fraude zonder dat dit wordt gedetecteerd. Risicoanalyses gericht op het detecteren van professioneel opererende fraudeurs lijkt daarom ook van belang.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers