Gebruik van (wetenschappelijke) kennis door de overheid

Laatst bijgewerkt op 238 dagen geleden door Hadewych

Peter van Hoesel en Max Herold houden in Een positieve relatie tussen beleid en kennis (Beleidsonderzoek Online 2018) een vurig pleidooi voor beter gebruik van onderzoeks- en praktijkkennis in de beleidsontwikkeling. Toezichthouders maken deel uit van de beleidsontwikkeling en ze beschikken over informatie en kennis die relevant is voor de beleidsontwikkeling; ze ontwikkelen zelf beleid (waar en hoe toezicht en interventies doen?); ze zijn voorwerp van beleid (vormgeving van het toezicht in Nederland). Ook voor toezichthouders is het van belang om goed gebruik te maken van kennis.

Idealiter zou het gehele beleidsproces moeten worden opgetuigd als een continu leerproces, waarbij het beleid (inclusief toezicht en toezichtontwikkeling) voortdurend kan worden verbeterd en zo nodig kan worden vervangen door nieuw beleid (zie Steunenberg, 2018). Dat vraagt om continue evaluatie. Op vele momenten in het beleidsproces wordt dan geëvalueerd hoe het tot nu toe gaat, wat er kan worden verbeterd en wat er verwacht kan worden van de toekomst. Die evaluaties zijn dan steeds weer een combinatie van ex ante, ex durante en ex post. Dit houdt ook in dat uitvoerders continu betrokken zijn bij de beleidsontwikkeling door middel van regelmatige terugkoppelingen, praktijkexperimenten, voorstellen voor aanpassing van de regelgeving en dergelijke. Het houdt tevens in dat de doelgroepen van het beleid regelmatig wordt gevraagd naar zowel hun positieve als negatieve ervaringen en eventuele voorstellen voor verbetering. Bovendien zou het goed zijn om burgers in ruimere zin te vragen naar hun mening over de wenselijkheid van de betreffende beleidsmaatregelen.

Binnen de overheid wordt er nu nog maar beperkt gebruik gemaakt van kennis en onderzoek. Bij onderzoek dat op afstand blijft, is de benuttingsgraad laag. Wellicht daardoor kwam Carol Weiss (1978, 1986) indertijd tot de conclusie dat je niet moest rekenen op enigerlei vorm van concrete benutting en dat onderzoek slechts de functie van ‘enlightenment’ zou kunnen vervullen.

Erkend moet worden dat het primaat van de beleidsontwikkeling bij de politiek ligt. Diverse bestuurskundigen zijn overigens geneigd te vinden dat kennis niet veel kan toevoegen aan de beleidsontwikkeling: doormodderen van het beleidssysteem is volgens hen de enige benadering die ertoe doet.
Dat neemt volgens ons niet weg dat de politiek c.q. het beleidssysteem meer baat zou kunnen hebben van kennis dan tot nu toe het geval is.

De kloof tussen kennis en toepassingen is in het bedrijfsleven lang geleden al overbrugd, waarmee succesvolle bedrijven in de loop van de tijd veel resultaten hebben bereikt. Bij de overheid zijn er ook wel bruggen geslagen, maar daar wordt veel minder gebruik van gemaakt dan zou kunnen, onder meer omdat het door tijdsdruk en politieke druk voor de ambtelijke organisatie niet altijd makkelijk blijkt te zijn om tijdens het beleidsproces ruimte te maken voor onderzoek.

Bovendien blijkt ook de afstand tussen beleid en praktijk groter dan je zou wensen. Voormalig topambtenaar Roel Bekker zei eens op een bijeenkomst van uitvoerders dat de communicatie tussen beleidsontwikkelaars en uitvoerders sterk te wensen overlaat. Als gevolg daarvan wordt veel te weinig gebruikgemaakt van praktijkkennis ten behoeve van de beleidsontwikkeling.

Een nadere inspectie van de inhoud van het beleid c.q. een toetsing van de beleidstheorie is in de meeste gevallen heel wat zinvoller dan alleen een ex post effectevaluatie. Dat is echter een moeilijk begaanbare weg vanwege het risico dat dit een aanval zou kunnen worden op de ideologische grondslagen waarop het beleid is gebaseerd.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers