Toezicht, vertrouwen, verantwoording

Laatst bijgewerkt op 190 dagen geleden door Hadewych

Pauline Meurs gaat in haar Verwey-Jonkerlezing (2008) in tegen de illusie van risicobeheersing:

“Het verband tussen vertrouwen en onzekerheid wordt vaak uitgelegd als een optel- en aftrek -som. Als het zeer waarschijnlijk is dat de uitkomst goed zal zijn, is het gepercipieerde risico laag en kan dientengevolge het vertrouwen hoog zijn. Dit zou betekenen dat het vertrouwen het grootst is als het risico het laagst is. Dus, als we het onderling vertrouwen in elkaar en in de samenleving als geheel willen vergroten, moeten we juist de voorspelbaarheid van de ander en van de instituties vergroten.

Van dit mechanisme zijn ettelijke voorbeelden te noemen: prestatie-indicatoren, protocollen, steeds uitgebreidere contracten, monitors, steeds strengere toelatingseisen voor migranten. Als die migranten nou maar precies zo worden als wij... U begrijpt het al: deze manier om risico te reduceren bevalt mij niet. Zij is zelfs gevaarlijk. Gevaarlijk omdat hierdoor de illusie wordt gewekt dat risico’s volledig in kaart zijn te brengen (‘meten is weten’). De meetcultuur leidt er bovendien toe dat we steeds meer met artefacten van de realiteit van doen hebben, in plaats van met de realiteit zelf. Juist met het verfijnen van al die meetinstrumenten wordt het idee in stand gehouden dat bijvoorbeeld de relatie tussen arts en patiënt precies gemeten kan worden. Dit alles leidt tot een nieuwe schijnwerkelijkheid – die van de metingen – die tussen de arts en de patiënt in komt te staan, maar die wel de basis vormt voor de onderhandelingen tussen aanbieders en verzekeraars (De Bont 2008). Het zijn overigens ook deze gegevens die de media gebruiken om lijstjes te maken van de beste ziekenhuizen. Gelukkig zijn burgers zo verstandig dat zij zich weinig van deze lijstjes aantrekken, maar de druk en de illusie van zekerheid worden wel opgevoerd.

In het steeds verder opvoeren van de voorspelbaarheidseis schuilt nog een ander gevaar dan het in stand houden van een schijnwerkelijkheid. Dat is het gevaar van ‘Rupsje Nooitgenoeg’. Deftig gezegd hebben we hier te maken met de informatieparadox (Putters 2006): hoe meer we meten, hoe minder we weten, waardoor de informatiebehoefte verder toeneemt. Voor vertrouwensvorming is dit funest: het vertrouwen in de ander wordt steeds opgeschort of voorwaardelijk gemaakt. Meer informatie leidt niet zonder meer tot meer zekerheden en daardoor tot meer vertrouwen; veeleer leidt het tot het uitstellen of sterk conditioneren van vertrouwen.

Maar wellicht is het grootste risico van deze benadering van vertrouwen de ongewenste inperking of zelfs de uitschakeling van de vrijheid van de ander. Het gaat immers om de maximale voorspelbaarheid van de ander en dat kan alleen bereikt worden als er allerlei regels vooraf worden gesteld. In mijn optiek is vertrouwen vooral leren omgaan met de vrijheid van anderen (Verhezen 2000).”

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers