Responsive regulation en handhavingsstijlen

Laatst bijgewerkt op 110 dagen geleden door Hadewych

Responsive regulation is een beleidstheorie die over de hele wereld op allerlei beleidsterreinen wordt toegepast. In het kort komt ze erop neer dat controlerende overheidsinstanties pas bestraffend moeten optreden als duidelijk is geworden dat overtuigen niet werkt. Op het moment dat er dan wel dwang wordt uitgeoefend begint men met relatief lichte straffen, die na herhaaldelijk overtreden steeds strenger worden, met sluiting van een bedrijf of instelling als laatste mogelijkheid. Op deze manier zouden controlerende instanties een stok achter de deur hebben voor situaties waarin sprake is van tegenwerking en kunnen zij volstaan met advisering of overreding in situaties waarin sprake is van medewerking. Deze handhavingspiramide – die gebaseerd is op het ‘oog-om-oog-tand-om-tand’ principe – zou als voordeel hebben dat de negatieve onbedoelde gevolgen van een bestraffende handhavingsstijl tot een minimum worden beperkt, doordat ze alleen op recalcitrante bedrijven wordt toegepast. Achter deze theorie gaan drie veronderstellingen schuil.

Ten eerste dat controleurs overeenstemmen over wanneer een bepaalde normadressant overtuigend of bestraffend moet worden tegemoet getreden. Ten tweede dat controleurs ook werkelijk in staat zijn om, als zij voor een bepaalde strategie kiezen, deze ook tot uitvoer te brengen. Ten derde veronderstelt responsive regulation dat controleurs de negatieve gevolgen van hun handelen in eigen hand hebben. Deze zouden wél optreden als controleurs een bestraffende stijl aanwenden, maar níet als zij een overredingsstijl gebruiken. Ook het open houden van de mogelijkheid tot bestraffen zou geen negatieve onbedoelde gevolgen hebben; dit zou alleen gelden voor bedrijven die daadwerkelijk worden bestraft.

De doelstelling van dit onderzoek is om de houdbaarheid van deze drie veronderstellingen die aan responsive regulation ten grondslag liggen empirisch te toetsen. Dit doen we op basis van een empirisch onderzoek bij de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), omdat deze inspectiedienst responsive regulation ook tot uitgangspunt van haar beleid heeft verheven.

De drie centrale vragen waarop dit onderzoek een antwoord hoopt te geven, luiden daarmee als volgt:

1) Passen individuele controleurs en teams dezelfde handhavingsstijl toe op vergelijkbare gevallen, en zo niet, waarom niet?

2) Zijn controleurs in staat om in de praktijk de handhavingsstijl toe te passen die zij het meest geschikt achten?

3) Hebben controleurs de negatieve onbedoelde effecten van hun manier van optreden in eigen hand?

 ManciniPeter Mascini, Eelco van Wijk, Responsive regulation bij de Voedsel en Waren Autoriteit; Een empirisch onderzoek naar de theoretische veronderstellingen, Boom 2009

 

 

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers