Navigatiemenu

Vergroten van adaptiviteit van organisaties

Laatst bijgewerkt op 133 dagen geleden door Hadewych

TNO deed in opdracht van defensie onderzoek naar adaptiviteit en innovatiekracht. Vervolgens begeleid TNO projecten die erop zijn gericht het adaptief vermogen van verschillende organisatie-onderdelen te vergroten.

artikel t Hartartikel t Hart

Er wordt niet eenduidig gedacht over adaptiviteit, of over welke factoren bevorderend of belemmerend werken. Sterker nog, veel perspectieven lijken tegenstrijdig en zelfs onverenigbaar.

De vraag is hoe een organisatie optimaal kan worden ingericht, en medewerkers moeten worden geselecteerd en opgeleid, als het concept adaptiviteit voor meerdere interpretaties vatbaar is, en er geen sprake is van een bewezen effectieve strategie. Om hier meer grip op te krijgen, gaan de TNO-onderzoekers dieper in op de tegenstrijdige perspectieven op adaptiviteit.

Nadat alle gevonden perspectieven naast elkaar zijn gelegd, blijkt het mogelijk om globaal twee benaderingen of oriëntaties te herkennen. Aan de ene kant zien ze een benadering die we de robuuste oriëntatie noemen (robustness). Deze benadering is gericht op stabiliteit. Hierbij gaat het om het kunnen blijven opereren vanuit de kracht van de organisatie, ondanks allerlei veranderingen in de omgeving.

Deze benadering is erop gericht veranderingen in de omgeving zoveel mogelijk te kunnen voorspellen. Met behulp van eventualiteitenplanningen, stroomschema’s, structuren en processen kan op een gecontroleerde wijze op veranderingen worden gereageerd. Kenmerkend hierbij zijn een centrale aansturing en vastomlijnde tactieken, technieken en procedures. Een robuuste oriëntatie draagt bij aan snel, eenduidig en gecoördineerd reageren en, ondanks veranderingen, het beoogde niveau van prestatie kunnen behouden. Alles is immers zoveel mogelijk bekend, geanticipeerd, beoefend en afgestemd.

Een tweede contrasterende benadering die ze tegenkwamen noemen ze de flexibele oriëntatie (change). Deze benadering is erop gericht om waar nodig als organisatie zelf te veranderen, opdat de doelen van de organisatie kunnen blijven behaald. Deze benadering kenmerkt zich door het kunnen loslaten van vaste structuren en processen, en het accepteren of zelfs omarmen van onzekerheid. Er is veel ruimte voor taakvolwassenheid, vanuit vertrouwen en autonomie voor het individu. Het uitgangspunt is te kunnen reageren op dat wat niet voorspelbaar is, en waar niemand op voorbereid kan zijn. Deze benadering richt zich daarom op het optimaal in contact zijn met de omgeving, het snel kunnen identificeren van veranderingen in de omgeving, snel kunnen schakelen in werkwijzen en, waar nodig, kunnen komen tot nieuwe capaciteiten. Door zelf voortdurend mee te bewegen en te veranderen draagt deze benadering eraan bij dat organisaties optimaal op onvoorspelbare veranderingen kunnen inspelen.

Om adaptiviteit te versterken is het de uitdaging om vloeiend te kunnen schakelen en balanceren tussen beide paradoxale adaptieve vermogens: robuustheid en flexibiliteit. Dit schakelen is geen omklapmoment waarbij de organisatie in haar geheel van de ene oriëntatie naar de andere gaat. Het is een continue beweging tussen de twee

oriëntaties, waar steeds andere (sub)onderdelen van de organisatie bij betrokken zijn.

Schakelen tussen robuustheid en flexibiliteit is een dynamisch proces. Daarbij moet voortdurend een assessment worden gemaakt van de context en situatie en moeten, waar nodig, aanpassingen worden gedaan. Op elk niveau (individu, team of afdeling) kan, afhankelijk van de situatie, een andere constellatie worden gemaakt van de beschreven kenmerken van robuuste en flexibele oriëntaties.

De uitdaging zit in de coördinatiemechanismen om continu de optimale mix aan robuuste en flexibele capaciteiten te integreren en in te zetten.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers