Vernieuwing van toezicht in de complexe context

Laatst bijgewerkt op 47 dagen geleden door Hadewych

In Van goed bedoeld naar goed gedaan gaat Boumans in op de vraag wat het van toezichthouders vraagt om ook in de toekomst effectief te zijn. De maatschappij verwacht van toezichthouders dat zij problemen voorkomen en een bepaalde mate van kwaliteit en veiligheid garanderen.

Zolang toezichthouders zich richten op het bevorderen van nalevingsgedrag, kunnen zij zich als onafhankelijke scheidsrechter opstellen. Ze toetsen immers het gedrag aan bestaande wetten en/of regels. Wanneer de aandacht echter verschuift naar het voorkomen van risico’s of schadelijk gedrag, worden toezichthouders deelnemer aan een systeem. Bij afwezigheid van kaders zoals wet- en regelgeving, krijgen toezichthouders een normatieve(re) rol.

Wil je een probleem écht oplossen, dan is het nodig om die interventies te kiezen die onderliggende patronen doorbreken. De valkuil is om je als toezichthouder te richten op gebeurtenissen en in diezelfde richting verklaringen en oplossingen te zoeken.

Wat we waarnemen en hoe we dat vervolgens interpreteren is afhankelijk van onze referentiekaders. Het zijn de schema’s (structuren) waarlangs nieuwe informatie wordt gelegd en zo ook wordt geordend. Ze worden gevormd door eerdere ervaringen, opgedane kennis, opleidingen en sociale achtergrond (zie onder meer L. van Oss, ‘Op zoek naar de bril van de ander: een organisatie bezien vanuit het sociaal contructivisme’, in J. Van den Oever, & M. Otto, Organisatiediagnostiek, betekenis geven aan gedrag in organisaties, Deventer: Kluwer 2013, p. 1-294. en L. Wouterson & P. Bouwman, Eerste hulp bij ongewenste resultaten, Nijmegen: Boekbinderij Van Mierlo 2010, p. 1-175.)

Er zijn vaak meerdere partijen bij een probleem betrokken zijn dan waar men zich in eerste instantie op richt. Zowel in het veroorzaken àls het oplossen ervan. Dat maakt ze ook zo complex. Toch zie je vaak in het handelsrepertoire van toezichthouders dat ze problemen in deelproblemen opknippen of zo (smal) afbakenen dat problemen voor hen hanteerbaar zijn. Daar behalen ze alleen niet het gewenste resultaat mee. Interventies en methoden om een duurzame gedragsverandering te realiseren vragen om rekening te houden met de context waarin ze zich afspelen.

Door referentiekaders op te rekken, andere verhalen naast bestaande verhalen te zetten, wordt een probleem opnieuw gedefinieerd en ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor oplossingen. Net zoals toezichthouders op een bepaalde manier naar de wereld om hen heen kijken en die ordenen, doen ondertoezichtstaanden dat ook.

Interventies zouden er dan ook op gericht moeten zijn om die referentiekaders op te rekken. Niet door te overtuigen – dan ontstaat er strijd over wiens referentiekader beter is – maar door er andere perspectieven naast te zetten. Zodat er anders naar eenzelfde situatie kan worden gekeken en er nieuwe inzichten ontstaan. Dat hoeft de toezichthouder overigens niet per se zelf te doen – dat kan ook door anderen partijen worden gedaan. Partijen die vertrouwd en gerespecteerd worden en naar wiens verhaal men wil luisteren.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers